Beyond diagnostic boundaries
Beschermd: Maxim Hoekmeijer Test
Samenvatting
Normalization Revisited
Het Nederlandse prostitutiebeleid staat al lange tijd bekend om zijn nadruk op regulering, tolerantie en normalisering. Dit kwam symbolisch wellicht het meest tot uiting in de opheffing van het bordeelverbod in het jaar 2000 – vaak aangeduid als de ‘legalisering van prostitutie’. Toch stellen veel onderzoekers dat het beleid en de uitvoering daarvan een repressievere koers is gaan varen, met meer nadruk op controle, toezicht en risicobeheersing. Hoewel de landelijke wetgeving oorspronkelijk streefde naar een balans tussen normalisering (het reguleren van de markt voor prostitutie en daarmee het verbeteren van de posities van sekswerkers) en het voorkomen van criminaliteit, zouden gemeenten – die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering – prostitutie steeds meer benaderen als een probleem van mensenhandel en uitbuiting. Het pad van normalisering zou daarmee langzamerhand verlaten zijn, en onder invloed van ‘abnormaliserende’ discoursen en praktijken een richting hebben gekozen die haaks staat op normalisering.
In dit proefschrift onderzoek ik hoe het prostitutiebeleid in Nederland zich heeft ontwikkeld op lokaal niveau, met bijzondere aandacht voor de spanningen tussen normaliserende en abnormaliserende discoursen en praktijken. Aan de hand van een casestudie in Den Haag laat ik zien dat de verschuiving die vaak wordt gezien als ‘repressiever’ en afstand nemend van normaliserende tendensen, beter begrepen kan worden als een herconfiguratie of verdieping van het bestaande normaliseringsproject. Abnormaliserende elementen – zoals zorgen over mensenhandel – staan daarin niet tegenover normalisering, maar worden daarbinnen ‘geoperationaliseerd’ en begrepen.
Als een stad met een representatieve variëteit aan prostitutietypen en een historisch op normalisering georiënteerd beleidskader, biedt Den Haag vruchtbare grond om de spanningen, continuïteiten en contradicties binnen de lokale governance van prostitutie te onderzoeken. Centraal in de analyse staat een Foucauldiaans governmentality perspectief, dat het mogelijk maakt om de focus niet enkel te leggen op repressieve overheidsinterventies, maar op de manier waarop verschillende actoren, discoursen en praktijken samen de governance van prostitutie vormgeven. In tegenstelling tot conventionele analyses die steunen op binaire repressieve opvattingen van macht, hanteert dit proefschrift een meer gedistribueerd, relationeel en productief begrip van macht, met nadruk op hoe discoursen en praktijken zowel de objecten als de subjecten van governance ‘produceren’.
De studie is gebaseerd op 39 interviews met gemeentelijke beleidsmakers, politieagenten, hulpverleners, exploitanten van prostitutiebedrijven, cliënten, en een klein aantal sekswerkers en boekhouders. Daarnaast zijn beleidsdocumenten geanalyseerd en is online onderzoek gedaan op een klantenforum (1311 berichten). Door deze verschillende methoden te combineren, verbreedt dit proefschrift eveneens de meer traditionele benadering van governmentality-onderzoek waarin het bestuderen van documenten centraal staat.
De drie empirische hoofdstukken zijn opgebouwd rond drie groepen actoren die vaak weinig aandacht krijgen in het onderzoek naar prostitutiebeleid: (1) gemeentelijke instellingen, welzijnsorganisaties en politie; (2) ondernemers in de prostitutiesector; en (3) cliënten van sekswerkers. Elk hoofdstuk onderzoekt hoe de spanningen tussen normalisering en abnormalisering zich in hun werk en gedrag manifesteren.
Het eerste hoofdstuk laat zien hoe Den Haag formeel een normaliserend beleid voert, maar in de praktijk ook abnormaliserende elementen integreert, zoals zorgen over mensenhandel en criminaliteit. Programma’s zoals uitstapprogramma’s voor sekswerkers en het toezicht op thuiswerkers, bij uitstek ideaaltypische voorbeelden van een abnormaliserende aanpak, worden echter niet zozeer gestuurd door repressie, maar door uitvoerende organisaties als politie en welszijnswerk ingepast binnen bestaande programma’s van zorg en toezicht. Het streven naar ‘zichtbaarheid’ van de prostitutiesector is hierbij een belangrijk doel – prostitutie moet ‘leesbaar’ worden voor de overheid. Opvallend is dat dit laatste streven niet geldt voor klanten, die grotendeels buiten beeld blijven.
Het tweede hoofdstuk gaat over de rol van ondernemers in de gereguleerde prostitutiesector. Zij worden in beleid gezien als zowel bondgenoten in het creëren van een veilige sector als mogelijke risico’s voor de openbare orde. Via vergunningen krijgen ze formele legitimiteit, maar ook zware verantwoordelijkheden. Ze worden niet alleen verantwoordelijk gehouden voor goede arbeidsomstandigheden, maar ook voor het toezicht houden op sekswerkers, zowel wat betreft mogelijke vormen van uitbuiting en mensenhandel, als voor het mogelijke criminele gedrag van de sekswerkers zelf. Hierdoor worden deze ondernemers tot op zekere hoogte een verlengstuk van de overheid, maar blijven ze zelf ook kwetsbaar – een misstap kan leiden tot verlies van hun vergunning. Deze vorm van sturing is het best te kenmerken als een vorm van en ‘responsabilisering’. Deze lijkt weliswaar te leiden tot meer zelfregulering en professionalisering, maar creëert tegelijkertijd ook negatieve en zelfs ‘perverse’ onbedoelde gevolgen zoals het ontstaan van monopolisering in raamprostitutiebedrijven en afnemende autonomie voor sekswerkers.
Het derde hoofdstuk richt zich op cliënten van sekswerkers – een groep die nog zelden wordt meegenomen in zowel beleid als onderzoek. Door interviews en internetforumdata te analyseren, laat ik zien hoe klanten zichzelf begrijpen als normale burgers met legitieme behoeftes, als verantwoordelijke consumenten, en als ‘normale’ actoren in een gestigmatiseerde markt. Op online fora ontwikkelen zij gezamenlijke normen over ‘veilig’ en ‘verantwoord’ gedrag. Daarmee dragen ze, ondanks hun ‘formele’ onzichtbaarheid, actief bij aan de governance van prostitutie – en ondersteunen ze in feite de normaliserende logica van de overheid.
De bevindingen uit de drie hoofdstukken vloeien samen in een centrale conclusie: de governance van prostitutie in Den Haag is niet zozeer te begrijpen als een verschuiving van normalisering naar abnormalisering, maar eerder als een voortzetting en intensivering van normalisering zelf. Abnormaliserende discoursen over criminaliteit en mensenhandel vormen daarmee geen externe uitdagingen voor normalisering; ze worden juist daarbinnen geoperationaliseerd. Zij dienen om de legitimiteit van regulering te versterken, om toezicht en responsabilisering te rechtvaardigen, en vooral om de marktlogica te bekrachtigen die aan de basis ligt van de Nederlandse prostitutiepolitiek. Deze dynamiek is bijzonder evident in hoe verschillende actoren – gemeentelijke autoriteiten, ondernemers, welzijnswerkers en klanten – praktijken ontwikkelen die bijdragen aan de constructie en reproductie van een ‘goed functionerende’ prostitutiemarkt.
Conceptueel draagt het proefschrift bij aan het veld van de bestuurskunde door Foucauldiaanse perspectieven te integreren in governance-analyse. Het laat zien hoe macht niet enkel wordt uitgeoefend door repressie of formele autoriteit, maar door een complex samenspel van netwerken van actoren, rationaliteiten en praktijken. Het draagt daarnaast bij aan het veld van governmentality-studies door de nadruk te leggen op de handelingsvrijheid van actoren binnen bestuurlijke constellaties. In plaats van individuen te beschouwen als passieve ontvangers van beleid, benadrukt deze studie hun actieve rol in het vormgeven, vertalen van, en soms weerstand bieden aan bestuurlijke rationaliteiten. Dit is met name zichtbaar in hoe welzijnswerkers uitstapprogramma’s aanpassen, hoe ondernemers onderhandelen over regulerende verwachtingen, en hoe klanten zelfregulerende identiteiten construeren.
Het proefschrift besluit met een reflectie op de beperkingen en suggesties voor toekomstig onderzoek. Het erkent in het bijzonder de beperkte rol van sekswerkers zelf in het empirische materiaal – een gevolg van praktische beperkingen, maar ook een terrein dat rijp is voor verder onderzoek. Toekomstig onderzoek zou de analyse die op klanten is toegepast kunnen repliceren op sekswerkers, door te onderzoeken hoe zij prostitutie en hun eigen subjectiviteiten conceptualiseren binnen een governance-kader dat in toenemende mate wordt gevormd door normalisering en responsabilisering.
Samengevat biedt dit proefschrift een kritische herwaardering van de Nederlandse aanpak van prostitutie. Het laat zien dat repressie en zorg, controle en ondersteuning, markt en moraal niet tegenover elkaar staan, maar juist samengaan in een complex systeem van bestuur waarin normalisering centraal blijft staan.
Beschermd: Maxim Hoekmeijer Test




