{"id":6534,"date":"2026-04-01T09:40:49","date_gmt":"2026-04-01T09:40:49","guid":{"rendered":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/vera\/"},"modified":"2026-04-01T09:40:56","modified_gmt":"2026-04-01T09:40:56","slug":"vera","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/vera\/","title":{"rendered":"vera"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":6535,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-6534","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Assessment of the clinical and electrophysiological characteristics of atrial fibrillation during and after cardiac surgery","samenvatting":"Het hart bestaat uit 2 boezems en 2 kamers. De boezems vullen de kamers van bloed waarna de kamers bloed rondpompen naar de rest van het lichaam. Een ritmestoornis waarbij de boezems (atria) niet meer contraheren en het bloed niet meer adequaat naar de kamers kunnen pompen wordt boezemfibrilleren of atrium fibrilleren (AF) genoemd. De klachten die hiermee samenhangen zijn hartkloppingen, kortademigheid en pijn op de borst. Boezemfibrilleren is soms ook aanwezig zonder enige symptomen en wanneer het niet ontdekt en niet behandeld wordt, verhoogt het de risico op herseninfarcten en hartfalen.\n\nNa een open hartoperatie ontstaat AF met name in de eerste paar dagen na de operatie. Dit wordt postoperatief AF (POAF) genoemd. Hoewel altijd gedacht werd dat POAF van voorbijgaande aard was, bleken pati\u00ebnten die de ritmestoornis wel ontwikkelen, in de jaren na ontslag uit het ziekenhuis ook eerder te overlijden vergeleken met pati\u00ebnten die dit niet ontwikkelen. Om te achterhalen waarom pati\u00ebnten die POAF ontwikkelen slechtere overleving laten zien, hebben wij in dit proefschrift onder andere onderzoek gedaan naar 2 vragen.\n\nTen eerste is de vraag of POAF een voorbijgaande ritmestoornis is, of komt het maanden tot jaren na ontslag uit het ziekenhuis toch weer terug, een zogenaamde late POAF. Ten tweede is de vraag welke pati\u00ebnten hier het meest vatbaar voor zijn.\n\nDe eerste vraag hebben wij onderzocht door pati\u00ebnten die niet bekend waren met boezemfibrilleren te volgen nadat zij een open hartoperatie hadden ondergaan. Dit hebben wij gedaan op twee manieren. Eerst hebben wij speciaal ontworpen draagbare apparaten gebruikt die het ritme van de pati\u00ebnten continu kunnen detecteren gedurende een maand (Hoofdstuk 3). Daarnaast hebben wij een tweede groep pati\u00ebnten gedurende 3 jaar gevolgd via een chip die onder de huid werd ge\u00efmplanteerd met de zelfde ritme detectie functie (Hoofdstuk 4). In hoofdstukken 3 en 4 hebben wij de resultaten van deze twee technieken beschreven. Continue ritme monitoring liet in beide studies zien dat meer dan 30% van de pati\u00ebnten die nooit tevoren symptomen van AF hadden, na ontslag uit het ziekenhuis alsnog POAF ontwikkelden. Nadat wij pati\u00ebnten 3 jaar gevolgd hadden, zagen wij dat maar liefst 50% van de pati\u00ebnten jaren na de operatie wederom kortdurende episoden van POAF ontwikkelden. De conclusie van deze studies was dat POAF geen voorbijgaande ritmestoornis is zoals vooraf gedacht werd.\n\nEen tweede vraag die logischerwijs op de eerste vraag volgt, is welke kenmerken bepalend zijn voor late POAF ontwikkeling. Wij hebben dus uitgebreid onderzoek gedaan naar de zogenaamde voorspellers van POAF en de vatbaarheid van pati\u00ebnten hiervoor.\n\nDe belangrijkste voorspeller van POAF en late POAF is hogere leeftijd (Hoofdstuk 4). Het is bekend dat door hogere leeftijd de structuur van de boezemwand langzaam verandert wat een belangrijk effect heeft op de regelmaat van boezem activatie en dus de ritme van het hart. Oudere pati\u00ebnten hebben bovendien specifieke ziektebeelden zoals hypertensie, suikerziekte en overgewicht, ziektebeelden die ook rechtstreeks effecten uitoefenen op de kans op AF.\n\nEen belangrijk neveneffect van de structuur veranderingen van de boezems is dat de elektrische geleiding over de boezems ook onregelmatig en chaotisch verloopt ten opzichte van een relatief eenvoudige patroon van activatie bij normale boezems. Om deze elektrische eigenschappen van de \u201czieke\u201d boezems te achterhalen hebben wij gebruik gemaakt van speciaal ontworpen elektrodes die tijdens open hartoperaties op of in het hart werden gepositioneerd terwijl boezemfibrilleren werd opgewekt met behulp van een pacemaker. Wij vonden dat vooral in pati\u00ebnten met POAF, de elektrische geleiding veel complexer en meer chaotisch was dan bij pati\u00ebnten zonder POAF. Met andere woorden, door ouderdom en de ziektebeelden die ermee samengaan, hebben pati\u00ebnten dusdanig beschadigde boezems ontwikkeld (een zogenaamd substraat voor AF), die (onder stimulatie) vatbaar kunnen zijn voor het ontwikkelen van boezemfibrilleren. Dit betekent dus ook dat gezien de vatbaarheid, deze pati\u00ebnten niet alleen boezemfibrilleren ontwikkelen tijdens opname in het ziekenhuis, maar eveneens het risico lopen om later na ontslag uit het ziekenhuis opnieuw boezemfibrilleren te ontwikkelen.\n\nOm de effecten van ouderdom en ziektebeelden op de elektrische geleiding van de boezems verder te onderzoeken hebben wij een anatomisch computer model ontwikkeld waarin wij deze eigenschappen konden nabootsen. We vonden dat afhankelijk van de ernst van de beschadiging van de boezems er ook een toenemend asynchrone geleiding plaatsvindt over de binnen en buitenwand van de boezems. Dit leidt er vervolgens toe dat steeds meer elektrische activatie vanuit de binnenzijde van de boezemwand ook naar buitenzijde kan geleiden en andersom. Hoe minder synchroon de buiten- en binnenzijde van de boezems geactiveerd worden, hoe meer elektrische activatie tussen de twee lagen wordt voortgeleid. Met andere woorden, naar mate de boezems beschadigd raken als gevolg van verschillende ziektebeelden (substraat), verbreekt de synchronisatie tussen de binnen en buitenwand van de boezems en ontstaat een 3 dimensionale elektrische geleiding die bijdraagt aan de complexe patroon van de elektrische geleiding.\n\nIn hoofdstukken 4 en 6 beschrijven wij enkele technieken waarin met behulp van minimaal invasieve methodes een eventueel substraat voor boezemfibrilleren gedetecteerd kan worden. Zo werden in hoofdstuk 4, P-golf eigenschappen in een standaard ECG besproken die kenmerkend waren voor pati\u00ebnten die late POAF ontwikkelden. Deze technieken kunnen relatief eenvoudig voorspellen bij welke pati\u00ebnten reeds een substraat bestaat en aldus behandeling voor late POAF aan te bevelen is. Uiteraard zijn deze technieken nog in kinderschoenen en zou meer onderzoek hiernaar de klinische toepasbaarheid ervan kunnen vergroten.\n\nConcluderend kunnen wij stellen dat boezemfibrilleren na een hartoperatie een uiting is van de onderliggende ernst van de beschadiging van de boezemwand (substraat). Dit leidt ertoe dat boezemfibrilleren na een open hartoperatie zich niet beperkt tot het ziekenhuisopname maar in de maanden tot jaren na ontslag uit het ziekenhuis ook kan terugkeren. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen op welke wijze de uitingen van dit substraat behandeld of zelfs voorkomen zouden kunnen worden.","summary":"Atrial fibrillation occurs in the first few days after cardiac surgery (postoperative atrial fibrillation, POAF) as a result of acute-phase triggers. Although historically thought of as a transient arrhythmia, accumulating evidence suggests that POAF is an independent predictor of poor survival years after surgery. In addition, there is an association between POAF occurring in the acute postoperative phase and thromboembolic complications such as stroke occurring months to years after discharge. This suggests that POAF may not be confined to the acute postoperative phase but may be a recurrent subclinical arrhythmia.\n\nTo determine the incidence of AF episodes after discharge, we used continuous rhythm monitoring devices to follow patients without a history of AF following their open chest cardiac surgical procedure. In Chapter 3 and 4, we describe our results from continuous rhythm monitoring for a month and for 3 years respectively. Firstly, we found that more than 25% of patients developed AF in the month following discharge form hospital, the so-called late POAF (Chapter 3). Predictors of late POAF included comorbidities such as prior myocardial infarction, diabetes mellitus, obesitas and baseline CRP levels. In chapter 4 we further extended the rhythm-monitoring period to 3 years with an implantable loop recorder in patients without a history of AF. We demonstrated that up to 50% of patients developed AF episodes lasting 1,5 hours on average during the months to years following surgery. Patients who developed late POAF were older and had higher CHA2DS2VASc and HATCH scores with right atrial volume as an independent predictor of late POAF. Our findings in these chapters suggest that the risk profile for POAF and notably for late POAF resembles the risk profile of AF in general including a structural substrate for AF.\n\nThe complexity of the atrial structural substrate is reflected by the complexity of electrical conduction during induced AF. Patients with several cardiovascular comorbidities (high CHA2DS2VASc scores), show enhanced level of pathological atrial wall changes leading to complex fibrillating patterns during AF. To explore the electrophysiological substrate for POAF, we measured the complexity of fibrillating patterns of electrically induced AF on the right atrial wall (Chapter 4). For this purpose we induced AF during cardiac surgery by burst pacing and mapped the electrical activation of the right atrium using a 256 unipolar electrode plaque. In line with the previous findings, we found more complex activation patterns (i.e. higher number of waves and fractionation index) in patients who subsequently developed POAF and also those with late-POAF. This illustrates the effects of age and several co-morbidities on the atrial wall, which may not have led to (symptomatic) AF prior to surgery but may be prone to development of a stronger substrate with time.\n\nInterestingly, enhanced complexity of the electrophysiological substrate in animal models involves higher number of wavelets and higher number of breakthrough waves, i.e. waves migrating to the opposing layer of the atrial wall due to dyssynchronous activation of the endocardium compared with epicardium. To investigate the mechanism of transmural propagation of the atrial wall described in animal models, we developed a highly detailed 3 dimensional computer model of the human atria. In this computer model, specific atrial anatomical structures were implemented and the mechanism of fibrosis related dissociation between endo-epicardial layers was demonstrated. We found a clear association between endo-epicardial dissociated activity due to increased levels of fibrosis and the number of breakthrough waves. To validate this model, we developed a crocodile shaped clamp electrode containing a double layer of unipolar electrode plaques. The electrode was designed to be inserted into the right atrium with one arm and to be approximated on the atrial wall on both sides. Using this technique, we were able to quantify for the first time in human, the amount of electrical uncoupling between the two layers of the atrial wall. We found that the endo-epicardial dissociation is enhanced with complex substrates for AF. In addition, there is indeed a clear correlation between endo-epicardial dissociation and the number of waves migrating to the opposing layer of the atrial wall, the so-called breakthrough waves. To further elucidate on these findings, we describe in Chapter 6 a method to detect the location of electrodes on the opposing side of the atrial wall by managing the phase of depolarization during AF. We were able to demonstrate that mean-phase coherence between 2 electrodes, decays with distance between them. This method may be helpful in detecting the 3-D substrate of AF less invasively.\n\nIn conclusion, using continuous rhythm monitoring strategies combined with baseline substrate quantification in patients without a history of AF we found up to 50% late POAF recurrences. Patients developing late POAF were older with additional comorbidities and showed a more complex fibrillation pattern during electrically induced AF compared to those who did not develop POAF. In addition, we sought for the effects of atrial structural substrate on endo-epicardial dissociation and found a correlation between enhanced electrical dyssynchrony and breakthrough waves in a computer model of human atria. We also demonstrated the 3D substrate for AF in human by direct contact endo-epicardial mapping. Future research should determine the clinical consequences of late POAF and the range of the underlying structural substrate, which predisposes patients to AF development.","auteur":"vera","auteur_slug":"vera","publicatiedatum":"30 november 2018","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/vera?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/0c120a4b-5a95-46e8-a3da-e5c809a64c5c\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604010938","isbn":"978-94-6380-094-5","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Maastricht","afbeeldingen":6536,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Maastricht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/6534","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=6534"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/6534\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":6537,"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/6534\/revisions\/6537"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/6535"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=6534"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/dodo.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=6534"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}